Onder het oppervlak

Het is een warme zomeravond in juli, aan een meer in Midden-Zweden. Wilgenroosjes tegen de blauwe lucht, de bosbessenheuvel die heldergroen oplicht in de late zon. Ik word afgeleid door iets kleins en grijzigs, naast mijn slippers in het gras. Een soort kever? Als ik buk maakt het een sprong. Een minuscuul kikkertje. Dan zie ik het pas goed. Overal om me heen springen minuscule bruingrijze kikkertjes. Klein, maar compleet. Het staartje is er al af. Froglets, heten die in het Engels. Een perfecte naam. Je hoort het Kermit liefkozend tegen zijn neefje Robin zeggen: “Come here, you little froglet!” Zijn het bruine kikkers, of heikikkers? Die zijn zelfs in volwassen vorm al nauwelijks te onderscheiden. Af en toe lopen ze een stukje, alsof ze uitvogelen welke manier van verplaatsing het beste werkt. Ze komen uit het water en trekken schuin over het gras richting het bos, in verschillende richtingen. Achter me ligt er eentje op z’n rug, het bolle witte buikje zichtbaar. Oeps. Hij trekt nog één keer z’n knietjes op. Ik durf geen stap meer te verzetten.

Middenin een triomftocht sta ik. Wie heeft het ooit verzonnen. Een stipje in de blubber, aan de rand van een meer. En dat wordt dan een visje. En als het een visje is, moet dat visje alles wat het vis maakt weer kwijtraken. Zijn zuigsnoet, zijn kieuwen, zijn staart. Er zou net zo goed een nieuw ei gedropt kunnen worden. Maar na die transformatie heb je ook wat: het leukste koelbloedige dier op de Ark. Glimogige, teerspringende, kwakende ademhuiden. Hoe dat kikkervisje weet dat het geboren is voor een leven in een andere, groenere dimensie, weet niemand. Nouja; het is een hormoon dat zijn lijf transformeert. En als je de vorm hebt, volgt het gedrag vanzelf. Maar dat is de feitelijke, de gruwelijke uitleg van metamorfose. Van ledematen die plotseling uit buiken groeien en longen die zich uitklappen als parachutes. Alles wat je kunt doen is wachten tot het ophoudt en de schade opnemen. Ik hou het liever bij het kikkervisje dat droomt van een leven op het mos.

Een uur geleden lag ik zelf nog in het water, toen ik uit de sauna kwam. Ik voelde me toen duidelijk zoogdier. Een warm, dampend beest dat net iets teveel lawaai en rimpelingen maakt. Een bezoeker van het meer, hoogstens. Maar mensen groeien ook in het water en weten instinctief dat ze in een andere dimensie horen. De weg wordt altijd gevonden, hoe smal de doorgang ook kan zijn. Worden kikkers eigenlijk twee keer geboren? Stel je voor dat een baby in het eerste of tweede levensjaar opeens in een ander wezen verandert. Iets met kieuwen en een staart. En dat het vóór de transformatie compleet is, het water bereikt moet hebben. Baby’s die ‘s nachts wegkruipen door achtertuinen, plotseling in sloten en vijvers verdwijnen.

frogletcommonfrog

Froglet van een bruine kikker, © Marianne Taylor

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s