Walhalla

De eerste wandeling door de Zweedse zomer. Benen die krakend op gang komen, als een machine die te lang heeft uitgestaan. Bij elke stap, elke ritselende boom, elk bloemenveld, komen er geluksstoffen vrij in mijn hoofd. Het heeft de afgelopen twee dagen niet geregend, toch ligt er modder. Vorig jaar, toen drie maanden droogte alle velden in woestijn had veranderd, was alleen de mosvloer van het bos nog vochtig. Wat een briljante klimaatbeheersing. Als de rest van de wereld op apegapen ligt door droogtes en overstromingen, kunnen de vinkjes in het bos nog drinken.

Ik kom langs een open plek vol hoge distels en fluitenkruid. Volgens een Noorse boer, waarbij we in 2010 een maand verbleven, geloofde men vroeger dat op dit soort plekken het Valhöll is; het Walhalla. De hemel waar de zielen van helden bij Odin mogen komen. Bloemen zo hoog als mensen; dat moet inderdaad het paradijs wel zijn.

Walhalla1

Een ‘Valhöll’, oud-Noors voor Walhalla. © Anne Broeksma

De kerstbomenheuvel heeft er varens bij gekregen. Meestal stop ik hier even, maar nu ik alleen ben wil ik doorlopen. Wanneer ik afdaal, zie ik een grote bruine gestalte tussen de dennen staan, zo’n vijftig meter verderop. De gestalte kijkt me een paar seconden aan en rent dan wat onhandig weg. Een vrouwtjeseland, op klaarlichte dag. Omdat ik over een heuveltje kwam kon ze me niet ruiken. Hier in Värmland wonen ook een paar witte elanden. In 2017 ging er een filmpje de hele wereld over. Het lijkt me magisch er eentje tegen te komen. De associatie van wit met iets heiligs of in ieder geval met de geestenwereld, is zo oud als de mensheid. En toch; als alle elanden wit zouden zijn, zouden we op zoek gaan naar bruine.

Bos wordt afgewisseld met glooiende vergezichten. Een buizerd vliegt heen en weer en krijst doordringend. Er komt hier nooit iemand wandelen, zelfs niet in juli. Zweden wandelen niet. Die rijden auto of quad. Een vrouwelijke ruiter komt uit een zijpad schieten, roept ‘stå till!’ Het is een kleintje, ik denk een IJslander van de manege verderop. Oké, Zweden rijden ook weleens paard.

Walhalla2.jpg

Verlaten veldje tijdens de wandeling. © Anne Broeksma

Ik blijf staan op een splitsing van paden en zie koolmeesjes zenuwachtig heen en weer wippen in het berkenbosje naast me. Dan zie ik waarom. Een klein en pluizig exemplaar zit naar me te piepen vanaf een tak, op nog geen twee meter bij mijn hoofd vandaan. Volgens mij denkt het domme beest dat ik hem ga voeren. De familie is in rep en roer. Ik grinnik.

Wat is het heerlijk om alleen te lopen. Je hoort meer en beleeft alles intenser. Ik eet wat klaverzuring en loop langs grote keien die bedekt zijn met rendiermos. Dan ligt er opeens een akker aan mijn voeten. Als de kleurstrepen op de bomen stoppen en er ligt een veld aan je voeten; gewoon doorlopen. In Zweden is de richting bij twijfel altijd rechtdoor. De bloemen komen tot boven mijn middel. Knoppen en insecten tikken tegen mijn benen en romp, met mijn armen bescherm ik mijn gezicht. Dit Walhalla is wat vol. De hommels en bijen vinden het niet leuk dat ik hun maaltijd verstoor.

Walhalla3

Akkerdistels (Cirsium arvense). © Anne Broeksma

Na een afdaling door het bos kom ik langs een rivierdalletje, over een begroeide wal met veel gekwetter. Dit stuk is anders dan de rest: natter en dichter. Een Zweedse versie van jungle. Als ik twee uur later weer bij het beginbord sta, loop ik door de volle zon over het zandpad naar huis. Dat ik in een bed slaap en toch zomaar door een bos kan dwalen wanneer ik zin heb. Wat een wereld.  Morgen ga ik weer.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s