De geschubde Indische hagedis

Wie ‘schubdier’ intikt op Google, komt nog steeds een berg artikelen tegen in de categorie ‘het dier waarvan je niet wist dat het bestond’. Inmiddels, we schrijven begin 2021, is dat wat achterhaald. Sinds ongeveer 2016 wordt er wereldwijd volop bericht over dit ‘meest gestroopte dier ter wereld’ en de pogingen het voor uitsterving te behoeden. Zelf deed ik tussen 2018 en 2020 een paar duiten in het zakje, samen met Alexis de Roode. Toen schubdieren in maart 2020 na vleermuizen ook op de lijst met mogelijke overbrengers van SARS-CoV-2 terecht kwamen, ging het helemaal los. Er bestaat inmiddels een South Park-aflevering met Randy en een schubdier, die ik niet zonder handen voor mijn ogen kan kijken. Wie nu nog niet weet wat schubdieren zijn, leeft onder een steen. Of woont net als schubdieren diep in een vochtig oerwoud en komt alleen ‘s nachts een paar uur naar buiten.

Voor ze bekend werden als het meest gestroopte dier ter wereld, was dat anders. Toen hadden ze nog geen eigen pagina op de website van het WWF, geen Jackie Chan en Leonardo Dicaprio als ambassadeurs en geen eigen dag (vandaag!). Waren ze hooguit ‘een soort gordeldier’, meer een categorie dan een soort, of een weetje voor de echte dierenfreaks. En dat is vreemd. Want tussen de zestiende en achttiende eeuw kwamen er via de bloeiende intercontinentale plunderroutes volop schubdieren naar Europa. Geen rariteitenkabinet zonder schubdier. En toch moest het dier bijna uitsterven om via een omweg toch nog ons collectieve geheugen te bereiken. Hoe kan dat?

Toen de Nederlandse tropenarts Jacobus Bontius (coole geleerde naam voor Jacobus de Bondt) een schubdier cadeau kreeg op Java rond 1630, stopte hij het vreemd uitziende dier met een ‘koude natuur’ in een badje. Hij doopte het een geschubde schildpad en classificeerde het als amfibie. Van de schenker had hij gehoord dat het holen groef in rivierbanken, waardoor hij vermoedde dat het zowel op het land als in het water leefde. Na een paar dagen stierf zijn geschubde amfibische schildpad. De ‘huid’ ging in zijn collectie Indische dieren en hij beschreef het in zijn Historiae naturalis et medicae Indiae Orientalis (1631), een werk over natuur en tropenziekten in Indonesië. Hij maakte ook een tekening van het dier, waarop het inderdaad op een schildpad lijkt, met een enorm rond lichaam en een piepklein schildpaddenkopje.

Jacobus Bontius’ ‘geschubde schildpad’ (1631)

In de catalogus van de schatrijke Amsterdamse apotheker Albertus Seba (1734), zien we juist een wat langgerekt schubdier, afgebeeld tussen de slangen. Misschien zag hij op basis van de tong aanknopingspunten met de slangen die hij al in zijn collectie had.

Plaat met ‘geschubde dingen’, uit Albertus Seba’s Locuplettisimi rerum naturalium (1734)

Wie de westerse beschrijvingen en tekeningen van schubdieren uit de zeventiende en achttiende eeuw vergelijkt, kan nauwelijks geloven dat het om hetzelfde beest gaat. De een heeft het over een ‘Taywansche Duyvel’, die met zijn gegraaf de funderingen van huizen ondermijnt, de ander noemt het een schuwe schildpad, of onschuldig snuivend ‘visvarken’. De angsten en verlangens van kolonisten schemerden door in de beschrijvingen, waardoor ze een politieke lading krijgen. De ‘Taywansche Duyvel’ ondermijnde ook de onzichtbare funderingen van de Nederlandse handelsmissie op Taiwan vanaf 1620. Het onschuldige, opgerolde dier met ondoordringbaar pantser echode het mysterieuze, onkenbare volk dat onder de duim gehouden moest worden. In catalogi van collecties bleken ze te plooien naar welke groep van schubachtige beesten dan ook. Ze komen voorbij tussen de slangen, vissen, schildpadden en hagedissen. Tussen alles behalve zoogdieren. Een Portugees in Thailand had het in de zeventiende eeuw zelfs over ‘een schaamtevol insect’.

Dit heeft ten eerste te maken met de manier waarop ze in Europa arriveerden: als ‘huiden’, ontdaan van vlees en botten. En een enkele keer op sterk water. Schubdieren zijn notoir moeilijk in gevangenschap te houden, laat staan in de zeventiende eeuw via een schip levend in Europa te krijgen. Zelfs diersoorten die het nu goed doen in dierentuinen, stierven toen vaker wel dan niet aan een dieet van scheepsbiscuits. Dat er vóór de twintigste eeuw ooit een schubdier levend in Europa is gearriveerd, is vrij onwaarschijnlijk. Ook nu nog is de dierentuin van Leipzig – als ik het goed heb – de enige plek in Europa waar je schubdieren levend kunt aanschouwen. En dat is met dank aan een specialistenteam van de Taipei Zoo.

Ook gordeldieren kwamen in de vroegmoderne tijd volop terecht in naturaliëncollecties door heel Europa, maar dan vanuit de westelijke plunderroutes. De verwisseling van gordeldieren en schubdieren die in de zeventiende eeuw ontstond, is eigenlijk nooit helemaal verdwenen. Nog steeds krijg ik af en toe gordeldierenfoto’s en -filmpjes doorgestuurd van vrienden aan wie ik drie keer het verschil heb laten zien.

Dr. Natalie Lawrence (Cambridge) deed uitgebreid onderzoek naar emblematische biogeografieën van -onder meer- geschubde dieren in de vroegmoderne tijd en staat stil bij de verwisseling van gordeldieren en schubdieren. Ze benadrukt dat gordels en schubben op papier al snel een uitwisselbaar ‘pantser’ worden. Nog zo’n factor. Men moest het niet alleen doen met huiden; meestal had men slechts een tekening of beschrijving daarvan. Als we zelfs in het videotijdperk schubdieren en gordeldieren niet uit elkaar kunnen houden, kunnen we dat van een zeventiende-eeuwer al helemaal niet verwachten.

Tekening van Jan Luyken met links de ‘West-Indische’ en rechts de ‘Oost-Indische geschubde hagedis’. Onscherpe foto door mij.

Uiteindelijk vloeiden het gordeldier uit West-Indië (de Cariben) en het schubdier uit Oost-Indië (India en Zuidoost-Azië) in de loop van de achttiende eeuw samen tot één ‘geschubde Indische hagedis’. Waarbij gordeldieren soms worden aangeduid als ‘West-Indische geschubde hagedis’ en schubdieren als ‘Oost-Indische geschubde hagedis’. Het duurde tot het einde van die eeuw voor deze constructie weer ontrafeld werd en de dieren een eigen identiteit begonnen te krijgen in collecties. In reisliteratuur duurde dat nog veel langer, omdat elke wetenschapper of verzamelaar het liefst een nieuw dier had ontdekt, om het ook zelf te kunnen beschrijven en benoemen. Dat ‘het schubdier’ niet bestaat omdat er acht uiteenlopende soorten door heel Azië en Afrika leven, laten we hier nog buiten beschouwing.

Het is overigens niet zo dat men zich destijds druk maakte over de precieze identiteit van het schubdier. Vóór Darwin en Wallace met hun evolutietheorieën kwamen, werd er vooral gekeken naar nut voor mensen en de plekken die nog opgevuld moesten worden binnen de Grote Kosmologie van het leven op aard. Een juiste classificatie op basis van morfologische, en nu zelfs genetische kenmerken, vond men later pas interessant. De ‘geschubde Indische hagedis’ was soms een schildpad, soms een slang en paste volgens de achttiende eeuwse naturalist Comte de Buffon in zijn Histoire Naturelle ‘uiteindelijk prachtig op de traptrede tussen de reptielen en de zoogdieren.’ Aan Gods grootheid was het te danken, dat hij uitgerekend het traagste, tandeloze dier had uitgerust met een pantser. Hierbij verklaar ik dat mijn vrienden me gewoon gordeldierenfilmpjes mogen blijven sturen. De idee van beide dieren is hetzelfde: schattige tankwagens, gepantserde aardgravers, wandelende dennenappels.

~

Bronnen

Tekst

*Proefschrift van dr. Natalie Lawrence (Cambridge University), over o.m. emblematische biogeografieën van geschubde dieren in de vroegmoderne tijd.
*Penguins, pineapples and pangolins: First encounters with the exotic, boek van Claire Cock-Starkey. Pagina 69.
*Histoire Naturelle, Générale et particulière, avec la description du Cabinet du Roi, door Comte de Buffon (1707-1788).

Afbeeldingen

*Jacobus Bontius’ ‘geschubde schildpad’. Manuscript: Oxford University Library. Foto door Natalie Lawrence.
*Plaat met ‘geschubde dingen’, uit Albertus Seba’s Locuplettisimi rerum naturalium (1734).
*Tekening van Jan Luyken (17e eeuw) met links de ‘West-Indische geschubde hagedis’ en rechts de ‘Oost-Indische geschubde hagedis’. Ik ben vergeten in welk boek ik deze tekening heb gevonden. Foto door mij.

Een gedachte over “De geschubde Indische hagedis

  1. Pingback: De vangst van Fleur van Greuningen (# 34) – Aanlegplaats

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s