Stuifheuvel

Nu ik aan het bos woon, duik ik er toch vaker in. Vijf stappen en ik ben op weg door het Zeisterbos. Ook op weg is de herfst. Het begint al wat scherper naar schimmel te ruiken, naar verdroogde bessen en naar eeuwigheid. Hier en daar begint blad geel te kleuren. Juist nu de zomer volop weglekt uit tuinen, velden en bossen, valt de helderheid op. Sterrenmos is even groen als de afgelopen maanden en de kleur bruin zit alleen in de stammen. Maar de zon voelt anders, niet meer als een nabije ster die hier iets uit kan richten.

Via heuveltjes met kruisende paden loop ik richting Stuifheuvel; waar het oude loofbos overgaat in het begin van de Heuvelrug. Het is de wissel waarlangs ik altijd loop om bij de heide te komen. Even ben ik omsingeld door honden. Ze springen tegen elkaar op, bijten in elkaars oren. In mijn hoofd speelt zich een sketch af waarin mensen zich als honden gedragen, op elke soortgenoot afrennen, gewoon op twee benen, ertegenop springen, snuffelen, bijten. Hun baasjes, de honden, lopen met een milde glimlach verder.

Lang loop ik langs een hek, over een recht pad, terwijl rechts van mij een veel aanlokkelijker slingerpad loopt. Die mountainbikers krijgen altijd de mooiste paden, maar ze hebben het niet eens door. Het hek snijdt dwars door het bos, maar het is niet duidelijk waarvoor het dient. Een hek maakt wat erachter zit meteen interessant, omdat je er niet kunt komen. Ik speur naar een eenzaam kauwende geit aan een touw. In mijn relatie met hekken is Jurassic Park nooit ver weg. Het enige onheil in de verte is een schuurmachine in Kerkebosch. Nog nooit ben ik om de wijk Kerkebosch heen gelopen zonder een schuurmachine te horen. Het schijnt typisch Nederlands te zijn. Geluid dat opstijgt uit wijken is hier altijd schuurmachine. Klaagzang van de klusser.

Ik nader een jong bos met smalle paadjes, waar ik een beetje probeer te verdwalen. Bij elke nieuwe groene tunnel, wordt mijn hoofd stiller. De laatste dagen leek het wel een op hol geslagen paard, nu raken mijn gedachten uitgeraasd, gaat het paard grazen. Lopen brengt alles in beweging en daardoor tot stilstand. Of eigenlijk: in een rustiger ritme.

De voorheide doemt op in de verte, althans dat noem ik zo. Heide die nog geen heide is maar wel een semi-zandvlakte met hier en daar uitgebloeide heideplantjes en heuvels. Het luchtalarm gaat af. Steeds als het gebeurt vraag ik me af of er dieren en mensen zijn die in paniek schieten, omdat ze het niet kunnen begrijpen. Misschien brengen ze dat geluid dan ook niet in verband met gevaar. Ik vind het best bijzonder, dat de overheid zelfs hier, op de voorheide, mij met harde geluiden om de oren kan slaan. Waar staan die palen dan? Voorheide, overheid, slechts één o en het zijn precies dezelfde letters. Misschien houdt de overheid zich hier wel schuil, op deze zandvlakte bij Zeist. In Den Haag is het orgaan lange tijd niet gezien. Na het alarm sta ik even stil en kijk om me heen voor ik omdraai. De heide ga ik vandaag niet bereiken, want ik ben al lang aan de loop en wil terug via het centrum. Een cappuccino en wat vitamine D opslurpen, met mijn kop in de zon.

Drie kwartier lopen en ik zit op een terras omringd door jaren zestig architectuur. Een smal plein met winkels en woningen erboven. Het doet me denken aan Almelo en aan Almere, maar dankzij het weer, de rustige sfeer en de fontein, is het uitzicht niet louter treurig. Ik verdwaal in een verhaal in een literair tijdschrift dat toevallig in mijn tas zit, doe een sjaal om en sjok een uur later weer naar huis. Niets galoppeert er meer.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s