Van oude dingen (de schubdieren die voorbijgaan)

Het is op World Pangolin Day misschien logischer aandacht te vragen voor de schubdieren die nog onder ons zijn. Toch laten juist de uitgestorven schubdiersoorten zien hoe absurd het is: een zoogdierenorde die al tientallen miljoenen jaren lang de aarde bewoont, die sinds een jaar of tien opeens richting uitsterving wordt geduwd. Vele fauna’s kwamen en vele fauna’s gingen, maar de Orde der Pholidota bleef in vrij ongewijzigde vorm bestaan. Hoe de evolutie van deze orde precies is verlopen, weten we niet. Het beschrijven van een paar fossielen is niet meer dan het tonen van wat foto’s op een onzichtbare eeuwigheid. En het fossielenbestand van schubdieren is ook nog eens beperkt. Opgravingen van oude zoogdiersoorten moeten het vaak hebben van tanden; die blijven goed bewaard. Laten schubdieren die nu niet hebben. Dat er in de twintigste en eenentwintigste eeuw überhaupt nog wat mooie fossielen uit de aarde omhoog zijn gekomen, mag een wonder heten.

Ik ga mijn best doen beknopt te blijven. Als je meer wilt weten over de evolutie van schubdieren, kun je straks ‘Een verhaal met schubben’ lezen. Dat boek bevat mijn jarenlange zoektocht naar schubdieren in het wild en in verhalen. Het is een duik in de zoölogie, geschiedenis, antropologie en illegale wildhandel, gedreven door een liefde voor het vreemdste en meest bedreigde dier op aarde. Afijn, ik presenteer u: mijn favoriete schubdieren die ooit waren. Met op het eind twee schubdieren die ‘zouden kunnen’, omdat cryptozoölogie en science fiction te leuk is om achterwege te laten. We beginnen bij het oudste fossiel.

Interpretatie van Eomanis waldi, bron: Wiki. Informatie over Eomanis waldi en het Messelmeer op basis van interviews die ik afnam bij het Senckenberg Instituut in Frankfurt, waar paleontologen nog altijd werken aan het ontsluiten en interpreteren van de Messelfossielen.

1. Eomanis waldi: gevallen in een meertje in een Duits oerwoud
Dit ‘dageraad-schubdier’ liep zo’n 47 miljoen jaar geleden rond door een oerwoud in het midden van Duitsland, in de buurt van waar nu de stad Frankfurt ligt. Daar dronk het uit een klein bosmeer. En terwijl het schubdier dronk, zochten verderop langs de oever verre verwanten van de moderne egel naar dode vissen. Aan de overkant van het meer sprongen op maki’s lijken halfapen van tak naar tak en plukten pluizige eekhoornachtige diertjes noten uit bomen. Het dageraad-schubdier keerde niet terug naar zijn hol, maar kwam in de jaren zeventig van de twintigste eeuw weer boven de grond, op een plek waar het inmiddels gemiddeld tien graden kouder was en waar geen oerwoud meer groeide.

Als iemand met een tijdmachine tegen me zegt dat ik nu (nú!) een tijd moet roepen, hoop ik dat ik niet ‘middeleeuwen’ zeg (ook een kanshebber), maar ‘Midden-Eoceen’. De wereld was toen één groot dampend oerwoud vol toffe zoogdieren. Het verdwijnen van de grote landdino’s had ruimte gegeven aan een ware boom van levendbarende dieren, waarvan de meeste wel wat lijken op de dieren van nu, maar ook weer niet. Alsof een schepper met een andere artistieke visie dezelfde opdracht had gekregen. Een van de uitzonderingen vormt het dageraad-schubdier. Dat lijkt qua omvang behoorlijk op de boomschubdieren van nu, maar met een kleinere staart; een aanwijzing dat het waarschijnlijk niet in bomen klom.

Bijna alles wat we weten over de flora en fauna van Europa in die periode, is met dank aan dat oerwoudmeertje waar Eomanis uit dronk. Wat later een steengroeve werd bij Messel, was ooit een vulkanisch meer, dat dieren prachtig heeft toegedekt met een conserverende laag CO2. Vraag niet aan een paleontoloog hoe die dieren precies in dat meer terecht zijn gekomen, want van dat vraagstuk ligt die beroepsgroep nog altijd wakker. Ondertussen zijn wij dankbaar voor de schatten van Messel. Voor bladeren etende oerpaardjes, aasetende egels, aapje Ida (één van de meest complete primatenfossielen ooit gevonden) en het Schubdier van de Dageraad.

Interpretatie van Patriomanis americana door Julia Morgan Scott.

2. Patriomanis americana: ‘schubdiervader’ uit Amerika
Het oudste schubdierfossiel dat werd gevonden in Noord-Amerika, kwam in 1970 boven de grond in Montana. Het is zo’n 34 miljoen jaar oud en er werden zes exemplaren gevonden. Het Amerikaanse schubdier is ietsje groter dan Eomanis en heeft een langere staart. Anders dan Eomanis klom Patriomanis dus mogelijk wel in bomen. Klinkt wel heel erg als het Javaanse schubdier. Niets meer aan doen, evolutie. Alleen nog even met genetisch materiaal knoeien en herintroduceren in Montana.

3. Cryptomanis gobiensis: verborgen steppebeest
Uit ongeveer dezelfde periode stamt het oudst bekende Aziatische schubdierfossiel, uit het gebied dat nu Mongolië is: Cryptomanis gobiensis. Dit ‘verborgen schubdier’ dankt zijn naam niet aan het feit dat het tientallen miljoenen jaren na zijn dood pas weer tevoorschijn kwam. Nee, het lag negentig jaar lang verstopt in een lade van het American Museum of Natural History in New York, mogelijk zoekgeraakt tussen de andere natuurwonderen. Dat kun je ook een manier van opgraven noemen. In 2006 werd het alsnog benoemd en beschreven. Cryptomanis is weer wat groter dan Patriomanis, maar met een kortere staart en juist grotere klauwen. Hij echoot daarmee de bredere bouw en de graafkunst van het huidige Chinese en Indiase schubdier.

Manis paleojavanica, bron: TroodonVet op Twitter.

4. Manis paleonjavanica: een schubdier om tegenop te kijken
Ik maak nu een sprong van 40 miljoen jaar geleden naar 40.000 jaar geleden. Daar heb ik een goede reden voor. Ik kan niet alle schubdierfossielen bespreken en dit is toch wel het coolste schubdierfossiel ooit gevonden. Op Java werden in 1926 de resten van een schubdier gevonden dat 47 a 42.000 jaar oud is en zo’n 2,5 meter groot! Manis paleojavanica was dus groter dan de mensen die daar toen rondliepen. Het is verleidelijk gelijk aan reuzen- en dwerggroei op eilanden te denken, zoals de reuzenvaranen en de inmiddels uitgestorven dwergolifantjes in diezelfde contreien. Maar tot aan de laatste ijstijd waren Sumatra, Java en Bali met elkaar verbonden. Dit reuzenschubdier liep dus niet rond op een eiland. Intussen vraag ik me af hoeveel mieren en termieten Manis paleojavanica per nacht moest oplikken om in leven te blijven. Extra leuk: in de Javaanse kunst- en literatuurgeschiedenis duiken regelmatig schubdieren op. Zo komt er een schubdier voor in Kakawin Ramayana; de Oud-Javaanse versie van het populaire epische hindoe-gedicht. Het schubdier is koning Rama steeds te slim af en kan uitstekend slangen verjagen.

De Veo via thecreaturecodex.tumblr.com.

5. Veo: mythe gestoeld in werkelijkheid?
We blijven nog even in Indonesië. Misschien is de Manis paleojavanica pas veel later uitgestorven dan we dachten. Cryptozoöloog Karl Shuker schrijft in zijn vermakelijke encyclopedie ‘The beasts that hide from man’ over de Veo. De Veo is een soort schubdier, nog groter dan een paard, en leeft op het eilandje Rinca naast Flores. Het dier komt ‘s nachts vanuit het binnenland naar de kust om te baden en hoewel hij er gevaarlijk uitziet, voedt hij zich met insecten. Is deze mythe het resultaat van een orale traditie die herinneringen tot duizenden jaren terug in zich draagt, tot aan de tijd van Manis Paleojavanica? Hoewel schubdieren graag een modderbad nemen en soms een rivier oversteken, zijn er geen schubdieren bekend die in zee zwemmen. Bovendien liggen Flores, Komodo en Rinca aan de oostkant van de diepe zeestraat bij Lombok, waardoor die eilanden nooit verbonden waren met het Euraziatische continent en dus meer een ‘pacifische’ fauna en flora kennen. Ook in deze tijd komen er geen schubdieren voor op Rinca. Het maakt me nog nieuwsgieriger naar de oorsprong van deze mythe.

Geweldige tekening van Angela Liu via x-breeder.com, het erbij bedachte verhaal hieronder door moi.

6. Gevleugeld reuzenschubdier: de schrik van elke virusjager
Dit schubdier werd pas in het voorjaar van 2020 ontdekt, toen virusjagers op zoek gingen naar de natuurlijke oorsprong van SARS-CoV-2. De ontdekking leidde wereldwijd tot grote paniek. Met dit ‘superreservoir’ voor coronavirussen zouden vleermuizen niet eens meer een ‘tussendier’ nodig hebben voor de overdracht van nieuwe pathogenen op mensen. Als dit dier geen rol gespeeld zou hebben in het ontstaan van de pandemie, dan was het in ieder geval een kwestie van tijd voor dit dier SARS-CoV-3 of SARS-CoV-4 de mensenwereld in zou brengen. Na vergeefse pogingen een exemplaar te vangen en te testen op de aanwezigheid van coronavirussen, werd door de presidenten Xi Jinping en Donald Trump gezamenlijk opgeroepen tot uitroeiing van de soort. Wat er zou gebeuren als de dieren met rust gelaten zouden worden, vroeg niemand zich af. Aangezien gevleugelde reuzenschubdieren het grootste deel van hun tijd doorbrengen in grotten, slopen een paar dappere individuen uit het Chinese team naar binnen en ontstoken daar vuren, om ze naar buiten te jagen en te vangen in grote netten. Het eerste deel van de operatie verliep volgens plan, maar de netten konden niet op tijd op de juiste plek in positie worden gebracht, omdat het Chinese team het niet eens kon worden met het Amerikaanse team over de beste vangtechniek. De gevleugelde reuzenschubdieren ontsnapten en vlogen richting het noordoosten. Sindsdien houden ze zich schuil op het dak van het Wuhan Institute of Virology en zinnen ze op wraak.

///

Hier lees je mijn blog van vorig jaar op World Pangolin Day, over de eerste westerse beschrijvingen van schubdieren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s