Duizendknoop

(Dit verhaal schreef ik in de 2e helft van september tijdens een verblijf in schrijfresidentie De Wolkerstuin, het voormalige tuinhuis van Jan en Karina Wolkers op tuinpark Amstelglorie in Amsterdam).

Hoe ga je geconcentreerd schrijven omringd door een tuin als een regenboog? Als een inbreker in een snoepwinkel sluip ik rond. Ik verzamel de zaaddozen van de Oost-Indische kers, om kappertjes van te maken. De oranje bloemen stop ik in mijn mond. Ze smaken fris en peperig. Ik signaleer basilicum, tijm, selderie, salie. Inspecteer de zware paarse lijven van de aubergines en zie dat Anneke Brassinga alle komkommers heeft opgegeten. Achter het huisje hangen doffe peren tot boven de sloot. Hoewel ik de tuin als een lopend buffet beschouw, wil ik wachten tot ze rijp zijn en makkelijk loslaten. Zonder voelen en proeven is een tuin een ansichtkaart, een plaatje van groen en wat kleuren.

2019-09-19 12.43.53

Binnen tref ik nog een regenboog die mij afleidt van mijn doelen. Het oeuvre van Jan Wolkers schittert me tegemoet in jaren tachtig neontinten. Een verlokking die begon met de boekenkast van mijn ouders. Natuurlijk begin je op je vijftiende met de titels die glimmen. Zijn wereld zoog me naar binnen. Wat ik vond was niet de opwinding, de seks, maar woekering. Zo moest het leven zijn, als een tuin in september: geurig, grillig, groots en romantisch, in verschuivende aardetinten. Een groter contrast tussen kaften en inhoud was niet denkbaar. Hij leerde me dat verval niet gevreesd moet worden, maar met nieuwsgierigheid tegemoet getreden. Elk kadaver een kans om een nieuwe verschijningsvorm van de dood tot op het bot uit te pluizen.

Florence vertelt bij het overhandigen van de sleutel dat er vorig weekend, tijdens Open Monumentendag, een vreemde vrouw naar het huisje kwam. Precies vóór de boekenkast voelde ze een ‘krachtplek’. Florence zegt dat ze normaal gesproken niets heeft met dat soort dingen, maar dit toch wel leuk vond. Het was volgens de vrouw ‘een zeer sterke, maar positieve energie’. Zijn boeken dan toch een soort horcruxes, met een stukje ziel van de schrijver erin? Zo bezien sterft een schrijver pas als zijn boeken niet meer herdrukt worden en zijn laatste aantekening uit de archieven wordt verwijderd.

2019-09-17 16.30.36

Het leuke van september in de Wolkerstuin zijn de stiekeme spinnetjes. Net nog kroop er eentje links van me over de vergeet-me-nietjes-vloer. Ze schieten overal tevoorschijn: voor het raam bij het bed, in de keuken, op de eettafel, op de grond. Ook nu ik even door het raam naar buiten kijk, zie ik een spinnetje tussen de teunisbloemen heen en weer kruipen. Het lijkt wel of hij door de lucht loopt. En vanochtend zag ik tijdens het douchen dat de hooiwagen in de badkamer jonkies heeft gekregen. Zolang ze hoog blijven zitten zullen ze niet in het afvoerputje verdwijnen.

In het tuindagboek lees ik dat Jan zich ergerde aan het gesnoei in september. “Er blijft wat saaie dooie grond achter. Terwijl als je alles laat staan zie je hoe magnifiek droevig een tuin langzaam instort en de grond gaat bedekken.” Het is precies wat ik zie als ik naar buiten kijk. De tuin heeft nog steeds de vrije hand. Veel planten beginnen naar de grond te lonken. Het groot waterhoefblad heeft bruine plekken, hier en daar schemert het geraamte van de bladeren door. Jan zou er vast een metafoor voor weten, dat het op oud kant lijkt, door de motten aangevreten.

De herfst is het ideale seizoen om hier te verblijven. We voelen ons soms net Adam en Eva, omringd door vierhonderd verlaten tuinen. Een volkstuinencomplex is een overzichtelijke wereld van tuinen en huisjes, zonder industrie, winkels en openbare wegen. Als echte kluizenaars fietsen we snel en schichtig over de Rijnstraat naar de Albert Heijn, schieten dan weer ons paradijsje in. We zijn de hele zomer op het platteland van Midden-Zweden geweest en hebben al lang geen stad bezocht. De Rijnstraat is een surrealistische plek van opgedirkte burgers die naar ingewikkelde winkels gaan. Dankzij de regen hebben we geen aanloop en we laten voorlopig niemand langskomen, wat het kluizenaarseffect vergroot. In de schemering maken we vaak een rondje over het complex en zien dan nauwelijks lichten branden. Vleermuizen doen bibberend hun rondes en af en toe schiet er een egeltje weg in een heg. We plukken kruiden voor de thee en appeltjes voor de yoghurt, de bramen die ergens over een schutting hangen zijn keihard geworden.

2019-09-25 16.49.58 (2)

Alexis heeft de gewoonte van het droogdansen weer opgepakt. ‘s Ochtends doucht hij koud af en danst dan alle druppels van zich af op de tegels achter het huisje, op een afspeellijst van 50 Cent, Lill’ Kim en Die Antwoord. Volgens hem een manier om je eigen kachel te stoken. Ik zie hem dansen in een paarse wolk van herfstasters, playbackend op de muziek in zijn oren. De kans dat hij gezien wordt is niet groot en ach, wat zou het? Wie niet vrolijk wordt van een man die naakt door een tuin danst, leeft afgestompt. Gisteren moest hij wel even naar binnen, toen bleek dat de kinderen van de buren opeens in de tuin aan het spelen waren.

Het ruisen van knooppunt Amstel, het denderen van de trams achter de struiken, helikopters van het AMC en vliegtuigen die hoog achter de wolken vanuit Schiphol naar verre oorden trekken. Als dit het paradijs is, vrees ik dat wij eerder de laatste man en vrouw op aarde zijn, dan de eerste. Het is soms net of heel Amsterdam op de vlucht is geslagen, en alleen wij niet zijn ingelicht over een naderend einde. De beschaving als geluid in de verte, de tuinen als oude groene wereld waarin we ons terugtrekken. Het zou een goed begin zijn voor een thriller. Want natuurlijk loopt het woekeren van de tuinen uit de hand, kruipen de wortelvoetjes langzaam via de deuren en het dak ons huisje binnen.

Gelijk moet ik denken aan het bord met berichten van de tuinencommissie, dat vlakbij de parkeerplaats staat:

De Japanse duizendknoop ziet er op de foto aantrekkelijk uit: een mooie wilde plant met een wolk van witte of witroze bloempjes. Maar hoe mooi de plant er ook uitziet, we zullen er de komende jaren alles aan moeten doen de duizendknoop te bestrijden.”

Het woord ‘exoot’ wordt ingezet als argument dat de plant hier niet thuishoort. Beeldend worden de ontwrichtende gevolgen van deze invasie geschetst:

Het is bekend dat de plant onder funderingen van huizen kruipt. Schuurtjes en kweekkastjes worden letterlijk opgetild door de enorme wortelstronken van de duizendknoop.”

In het tuindagboek van Jan lees ik dat hij duizendknoop in de tuin zet en tevreden vaststelt dat de plant het goed doet. Hoe kan een plant die veertig jaar geleden als normale tuinplant werd beschouwd, opeens een ‘invasieve exoot’ zijn die een tuinencomplex ontwricht? Soms schrijven thrillers zichzelf.

Ik was nog zo van plan om alleen het tuindagboek te gaan lezen en me verder op het schrijven te concentreren. Maar na het tuindagboek, lees ik de biografie. En daarna herlees ik Brandende Liefde, omdat ik daar goede herinneringen aan heb. Vooral aan hoofdstuk 13. Er gebeurt helemaal niets. Er wordt een kast met vooroorlogse pruimen geopend, die vlokkig oplossen als de potten worden geschud. Er wordt verlangend naar vrouwenbenen gekeken, net zichtbaar vanuit dat vochtige souterrain waar de hoofdpersoon op kamers woont bij zijn lerares Frans, met die witte kan en die opgezette roerdomp. Het speelt zich af over vier verdiepingen in één statig huis aan de Sarphatistraat. Met op zolder een stervende grijsaard en één verdieping boven de zure lerares een wulpse getrouwde vrouw, die uiteraard in de armen van de student loopt. Een roman als een vanitasschilderij in vier panelen. Nooit heb ik begrepen dat dit niet tot zijn beste werk wordt gerekend.

2019-09-17 12.38.45 (2)

Met moeite ruk ik me weer los uit zijn wereld. Mijn laptop toont een leeg wit vel, de cursor knippert. Het regent zonder remmingen. Aan alle kanten kruipt de woekerende tuin het huisje binnen. Via de ramen, de spiegels. Buiten is binnen en binnen is buiten. Ik kijk naar de tuin als naar een schilderij waarin ik zelf zit opgesloten. Als het weer droog is, sluip ik naar buiten om eindelijk een peertje te plukken. Tot ik zie dat ze allemaal in de struiken zijn verdwenen. Ik pak ze op, maar niet één vertoont er geen rotte plekken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s