Taalmonster

In ben gaan lopen omdat er in mijn hoofd twee slangen zitten: eentje van licht en eentje van letters. De lichtslang is mijn bewustzijn en de letterslang mijn taal. De letterslang is driftig, snakt naar herhaling, botst tegen de wanden van mijn schedel, kronkelt om mijn lichtslang. Het is oppassen geblazen, met dat taalmonster. Maar wanneer ik, zoals nu, zeg dat het oppassen is geblazen met dat taalmonster, spuwt hij die zin uit en komen de woorden tot leven. Dan moet ik pas écht gaan oppassen. Hoemf, klekki, manajeg. Nieuwe woorden zijn vrije woorden, omdat ze geen betekenis dragen.

Opeens krijg ik zin om de bosjes in te duiken, weg van dit uitgesleten pad onder mijn voeten, van de kluwen in mijn hoofd. Maar de eerste paar honderd meter is altijd moeilijk, het gaat erom dat je doorloopt. Je lichaam op gang brengen, de golven in je hoofd laten uitrollen. Tot je een prachtig bosvijvertje bent waar een eland uit kan drinken.

Taal en tijd zijn de afgoden waar ik als dier-plus voor neerkniel. Dat taal een eigen wil heeft vergeet ik regelmatig. Alsof ik dagelijks met vuur speel maar vergeten ben dat het vuur is. Taal is duivels; het vermeerdert zichzelf, gebruikt ons bewustzijn als zuurstof.  Facebook is een grimmige put zonder echo. Iedereen gilt tegen iedereen dat de wereld in brand staat en dat mensen klootzakken zijn. Natuurlijk luistert er niemand. Agressie tegen de eigen soort werkt verlammend.

K9N0B2

The Tower of Babel, Cassell’s History of England, 1898.

Ik probeer elke dag even stil te staan bij de erbarmelijke toestanden waarin mijn voorouders geleefd hebben en waaraan zij zich ontworsteld hebben. Terug willen naar een eenvoudig leven ‘in harmonie met de natuur’, waarbij alle verworvenheden van de afgelopen twee eeuwen worden afgedaan als overbodige luxe, is behoorlijk ondankbaar. Hun zwoegbaantjes in de staal- en textielindustrie hebben veel mogelijk gemaakt. Van knecht tot meesterknecht. Jaar in jaar uit tussen de rondvliegende vonken. Ik wil hier niet licht over doen.

Woorden vreten zich een weg door onze hoofden, nestelen zich. Crisis. Vernietiging. Verdwijnen. Uitsterven. Te Laat. Vijf over Twaalf. Te laat! Maar in alle tijd die ik nodig heb om wekkers kapot te slaan (want dat is de impuls die ik voel na deze woorden), had ik ook iets nuttigs kunnen doen. Iets met waterstofmoleculen in een laboratoriumpje. Ja, ik ben een optimist. Een onhandige eigenschap als je wilt schrijven. Beter wend ik mijn dramatische instincten aan om elke crisis te verzilveren tot literatuur.

Natuurlijk is er actie nodig. De geschiedenis heeft uitgewezen dat we altijd een klein groepje gekken nodig hebben om de wereld te verbeteren. Laten we milieuactivisten dan ook aanzien voor wat ze zijn: gekken. Wat wil een mens? Vreten en veiligheid. Dat we ons nu druk kunnen maken om ongeboren kleinkinderen en leven op andere aardplaten, is fantastisch. Een wonder van empathie, een wonder van welvaart. Iets wat we nooit als vanzelfsprekend moeten zien, maar als iets wat best een beetje gek is. Op een goede manier. Zeker als je erbij stilstaat dat de gemiddelde poolvos zich, vermoed ik, weinig aantrekt van óns lot. Ik wil de letterslang omdraaien en erkennen dat ik gek ben. Dat ik een dier-plus ben. Dat ik iets héél bijzonders kan: geven om de wereld buiten mijn eigen familie- en vriendenkring. Misschien ga ik het dan steeds vaker doen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s