Ademgaten

Als ik een pad zie, zie ik een wak in het marmer van de nacht. Het komt door Dick Hillenius, bioloog en dichter (29 mei 1927 – 4 mei 1987). Jaren geleden kwam ik bij een antiquair het boekje Ademgaten tegen, een greep uit zijn essays en gedichten. De ondertitel: Denken over dieren. Het was genoeg om het mee te nemen.

Het werd mijn eerste kennismaking met een schrijver die niet over dieren schreef alsof het Disneyfiguren waren. Of die ze tweedimensionaal door de achtergrond liet kruipen ter illustratie van de eigen zielenroerselen. Als kind al stoorde ik me aan die debilisering van niet-menselijke dieren. ‘De natuur’ leek me geen domein vol wezens die ik met een halve blik kon doorgronden. Eerder een mysterieus soort thuis waarvan ik ooit was afgesneden. De wil mijn relatie hiermee te doorgronden, houdt me nog altijd aan het lezen. Een positieve uitzondering op het guitige gedoe dat ik vroeger voor de kiezen kreeg, vormden de verhalen van Anton Koolhaas. En nu had ik de essays en gedichten van Dick Hillenius.

Wat me trof was zijn vermogen dwars door disciplinegrenzen heen te denken. En daar een helder geheel van te maken, waarbij kunst en wetenschap elkaar versterken. Hij werkte als conservator reptielen en amfibieën aan het Zoölogisch Museum van de UvA, maar schitterde vooral als schrijver. En als de eerste Nederlandse tv-bioloog. Op Youtube staat precies één filmpje, waarin hij met behulp van tekeningetjes laat zien hoe de mens door gebrek aan uitdagingen zal evolueren tot druppelvormige zak, zonder ogen of ledematen. Ongeveer zoals het krabbezakje, een rond soort parasiet aan de buik van krabben.

Hillenius1970

Dick Hillenius als conservator reptielen en amfibieën in het Zoölogisch Museum van de UvA, 1970.

Glimmende oogjes, brede mond. Op foto’s zie je zijn kikkerziel doorschemeren. Als een amfibie begaf hij zich in meerdere werelden tegelijk, met vrijheid en veranderlijkheid als grootste waarden. Natuurlijk was hij in de ban van amfibieën. Twee evolutionaire stadia in één dier. Ovidius voor gevorderden.

Daar zitten ze, met gouden ogen aan de waterkant. Probeer je er eentje op te pakken, dan springt ie zo een meter verder. Zonder een spier in z’n kop te vertrekken. Ook Dick verdween helaas nogal plotseling uit beeld. Vlak voor zijn zestigste verjaardag overleed hij, op weg naar zijn boerderij in Drenthe, waar hij in de weekenden werkte aan de perfecte paddenpoel. Een Spaanse vroedmeesterpad kreeg zijn naam: Alytes dickhilleni.

Een gedicht uit die verzamelbundel dat me altijd is bijgebleven:

Padden zijn de tanden van de tijd
zwarte tranen van stenen
nachtogen op zachte voeten
wakken in het marmer van de nacht
een pad is voor de aarde
wat een blad is voor de plant
een ademhand

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s