Tuindagboek (III)

Hoewel het al november is, moet ik toch nog even schrijven over de druiven in september. We waren de druif totaal vergeten. Toen ik half september in de moestuin was – een schitterende dag met 21 graden en zon, zag ik een gelig, drilpudding-achtig dingetje naast de waterpomp liggen. Wat op een slakje leek, bleek de binnenkant van een druif. Ik spiekte achter de groene wand van blad die toen de volledige schutting achterin de moestuin bedekte. Overal bleken doffe, diepblauwe trossen te hangen, door het blad totaal aan het zicht onttrokken. Hoe vaak was ik hier de afgelopen maanden wel niet langs gelopen zonder druiven te zien?

Alexis kwam een paar dagen later terug met een wasmand en oogstte zo’n dertig a veertig kilo, terwijl ik in de keuken klaar stond met gigantische kookpannen, flessen en potten. Wijn leek ons wat ingewikkeld, dus werd het sap en jam. Ik schrijf dit beslist niet als tutorial, want het was nogal een worsteling. Sterker; alle tips voor volgend jaar zijn welkom. Overal las ik over het uitlekken van druiven door een zeef nadat de boel gekookt is, maar zelfs met hard duwen kwam er vrij weinig sap doorheen. In totaal konden we vier literflessen vullen, terwijl ik er op basis van mijn optimistische berekening twintig had gekocht. (Die komen nu van pas voor de kombucha van Alexis). Het werd wel zeer eh, intens sap. Kilo’s en kilo’s aan druiven samen in één fles, zonder toevoegingen. Ik vond het lekker, zowel puur als verdund. Elke slok voelde als een vitamineboost (en het wonderstofje resveratrol schijnt in de schil van blauwe druiven te zitten). Maar na ongeveer een maand begon er een beetje prik in het sap te komen. Ook in de ongeopende flessen. Geen idee hoe je die gisting op fles voorkomt.

De weg naar jam bleek nog hobbeliger. Het liefst had ik de boel langzaam laten inkoken en klaar, maar hoe kom je dan van die pitten af? Het ontpitten van zoveel kleine druifjes leek me langdurig en stuntelig werk. Uiteindelijk maakte ik jam van de druiven die in de eerste fase richting sap zaten en die dus alleen nog door een grove zeef waren geperst. Met een lepel probeerde ik zoveel mogelijk pitten er alsnog uit te vissen. Even had ik nog de ijdele hoop dat die vanzelf kwamen bovendrijven tijdens het kookproces, maar dat bleek tijdens het maken van het sap al niet het geval. Ik begrijp eigenlijk nog steeds niet hoe je druivenjam zonder pitten kunt maken, op een efficiënte manier. De volgende dag bleek de jam bovendien nog vloeibaar. Ik kon geen agar agar in de supermarkt vinden, wat volgens blogs met verstand van dit soort dingen een plantaardig verdikkingsmiddel is, en heb de jam toen verdikt met schandalig veel gelatine-bladen, gemaakt van uh…varkenscollageen. Geen goede zet voor een vegetariër.

Toch ben ik blij dat ik heb doorgezet, want het werd de lekkerste jam tot nu toe. Eerder maakte ik bramenjam (lekker door een Italiaanse jamtaart) en pruimenjam van eigen pruimen (die vrij generiek ‘gewoon zoet’ smaakte, ondanks het uitgekiende recept), maar deze druivenjam is mijn favoriet. Het is vooral met dank aan de druiven zelf, die vrij aromatisch smaken. Ook daar begrijp ik niets van, want geen straaltje zon heeft erop kunnen vallen. Ons oog gelukkig wel. Nog net op tijd. Misschien volgend jaar toch eens wijn zonder pitten proberen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s